Hoogbegaafd opvoeden: als gewoon opvoeden soms helemaal niet zo gewoon voelt
Over eindeloze waarom-vragen, grote emoties en de zoektocht naar balans
Misschien heb je het jezelf weleens afgevraagd: Waarom lijkt opvoeden bij mijn kind soms zoveel ingewikkelder dan bij andere kinderen? Je probeert rustig uit te leggen waarom iets niet mag, maar voordat je goed en wel bent begonnen, heeft je kind al drie tegenargumenten bedacht. Je stelt een duidelijke grens en krijgt vervolgens een uitgebreide analyse over waarom die grens volgens je kind eigenlijk helemaal niet logisch is. En als je na een kwartier discussie uiteindelijk denkt: laat maar, trek die schoenen maar gewoon aan, vraag je je misschien af hoe een simpel verzoek zo ingewikkeld heeft kunnen worden.
Opvoeden is natuurlijk nooit eenvoudig. Ieder kind heeft een eigen karakter, temperament en behoeften en wat bij het ene kind prima werkt, kan bij het andere kind juist voor meer weerstand zorgen. Wanneer je kind hoogbegaafd is, kunnen sommige situaties thuis echter nét wat meer op scherp komen te staan. Niet omdat hoogbegaafde kinderen moeilijker zijn om op te voeden, maar omdat ze de wereld soms op een andere manier benaderen, sterk kunnen redeneren, veel behoefte kunnen hebben aan autonomie en gebeurtenissen intens kunnen beleven.
En juist dat kan voor ouders behoorlijk zoeken zijn.
“Maar hij begrijpt het toch?”
Een van de dingen waar ouders van hoogbegaafde kinderen nogal eens tegenaan lopen, is de verwarring tussen wat een kind begrijpt en wat het ook daadwerkelijk kan. Je kunt met je kind een uitgebreid gesprek voeren over klimaatverandering, oorlog of het heelal en een paar minuten later ligt het huilend op de grond omdat de verkeerde beker uit de kast is gepakt. Voor jou lijkt dat misschien een vreemde combinatie. Hoe kan een kind dat zulke ingewikkelde dingen begrijpt, tegelijkertijd zo heftig reageren op iets wat eigenlijk maar klein lijkt?
Toch zijn die twee dingen helemaal niet zo tegenstrijdig. Een kind kan cognitief ver vooruit zijn, terwijl de emotionele ontwikkeling op andere gebieden gewoon bij de leeftijd past. Het kan precies begrijpen dat verliezen bij een spelletje hoort, maar nog niet de vaardigheden hebben om de teleurstelling die daarbij hoort goed te verdragen. Het kan weten dat fouten maken erbij hoort en tegelijkertijd enorm bang zijn om iets verkeerd te doen.
Tessa Kieboom spreekt in haar benadering van hoogbegaafdheid over een denkluik en een zijnsluik. Naast intelligentie en creativiteit gaat het volgens haar ook over kenmerken als een sterke rechtvaardigheidsbeleving, gevoeligheid, een kritische instelling en het hoog leggen van de lat.
Misschien verklaart dat iets van wat je thuis ziet. Je kind kan ontzettend slim redeneren en tegelijkertijd nog gewoon een kind zijn.
Een sterke eigen wil of een sterke behoefte aan autonomie?
Misschien herken je het kind dat precies weet wat het wil. Niet een beetje, maar echt precies. Een andere broek aantrekken omdat jij dat vraagt? Daar valt over te praten. Een spelletje stoppen omdat het bedtijd is? Eerst nog even onderhandelen. En als je vervolgens zegt dat het gewoon moet omdat jij de ouder bent, kan dat zomaar het begin zijn van een discussie waar je eigenlijk helemaal geen tijd voor had.
Een sterke eigen wil wordt bij kinderen gemakkelijk gezien als koppigheid, eigenwijsheid of lastig gedrag. Maar bij hoogbegaafde kinderen kan er ook iets anders onder liggen: een sterke behoefte aan autonomie. Kieboom noemt die behoefte expliciet als een kenmerk dat bij hoogbegaafde kinderen kan voorkomen.
Autonomie betekent daarbij niet simpelweg dat een kind altijd zelf wil bepalen wat er gebeurt. Het gaat veel meer over het ervaren van invloed en het gevoel dat je niet voortdurend van buitenaf wordt gestuurd. Dat sluit aan bij de zelfdeterminatietheorie van Edward Deci en Richard Ryan, waarin autonomie, competentie en verbondenheid worden beschreven als drie fundamentele psychologische basisbehoeften.
En misschien herken je precies dat spanningsveld wel thuis. Je kind wil graag zelf nadenken, zelf kiezen en zelf begrijpen, terwijl jij als ouder nu eenmaal degene bent die bepaalt dat het tijd is om naar bed te gaan. Je kind ziet daar misschien vooral een beperking van zijn vrijheid in, terwijl jij vooral probeert om het gezin enigszins op tijd in bed te krijgen.
Daar hoeft niet altijd een winnaar uit te komen.
“Omdat ik het zeg” is soms niet genoeg
Voor sommige kinderen is “omdat ik het zeg” een prima antwoord. Voor andere kinderen werkt het ongeveer net zo goed als een uitnodiging om vooral nog wat meer vragen te stellen.
Waarom moet ik dit doen? Waarom geldt deze regel? Waarom mag mijn zus het wel? Waarom moet het vandaag en gisteren niet? Wat gebeurt er als ik het niet doe? En is deze regel eigenlijk wel eerlijk?
Misschien herken je het eindeloze doorvragen, waarbij je na vijf minuten denkt dat je een heel goede uitleg hebt gegeven, om vervolgens te ontdekken dat je kind alweer een volgende vraag heeft gevonden. Soms is dat pure nieuwsgierigheid. Soms probeert je kind inderdaad onder een grens uit te komen. En soms is het simpelweg de manier waarop jouw kind de wereld probeert te begrijpen.
Juist dat kritische en onderzoekende karakter wordt in verschillende beschrijvingen van hoogbegaafdheid genoemd. Kieboom beschrijft bijvoorbeeld dat hoogbegaafde kinderen regels en tradities niet altijd klakkeloos accepteren en graag willen begrijpen waarom iets is zoals het is.
Dat betekent niet dat iedere discussie over een bedtijd ineens een kenmerk van hoogbegaafdheid is. Maar als je merkt dat je kind voortdurend behoefte heeft aan logica, uitleg en inspraak, kan het wel een stukje van de puzzel zijn.
En dan die grote emoties
Misschien is dat wel het onderdeel waar je als ouder het vaakst van kunt twijfelen. Je kind kan urenlang helemaal opgaan in een onderwerp, enthousiast vertellen, fantaseren en nieuwe plannen bedenken, maar kan ook enorm diep geraakt worden door iets wat voor jou relatief klein lijkt.
Een vriendje dat niet mee wil spelen. Een spel dat oneerlijk voelt. Een tekening die niet geworden is zoals bedacht. Een onverwachte verandering in de planning. Een opmerking van de leerkracht die verkeerd valt.
Voor jou misschien een moment.
Voor je kind soms een hele gebeurtenis.
Tessa Kieboom beschrijft bij hoogbegaafdheid onder andere een sterke gevoeligheid en een uitgesproken rechtvaardigheidsgevoel. Ze wijst erop dat kinderen die snel verbanden leggen en de impact van gebeurtenissen eerder overzien, daar ook emotioneel sterker door geraakt kunnen worden.
Dat kan ervoor zorgen dat je soms denkt: waarom reageert mijn kind hier zó heftig op? En misschien is dat precies de vraag die interessant is. Niet om ieder gedrag meteen aan hoogbegaafdheid te koppelen, maar om te proberen te begrijpen wat er achter die reactie zit.
Het kind dat alles zelf wil doen
Er is nog iets wat veel ouders zullen herkennen: het kind dat het liefst alles zelf doet.
Zelf kiezen wat het aantrekt. Zelf bepalen wanneer het huiswerk wordt gemaakt. Zelf bedenken hoe een opdracht wordt aangepakt. Zelf een oplossing verzinnen, ook wanneer jij die oplossing allang hebt bedacht.
En als jij dan vriendelijk probeert te helpen, krijg je misschien te horen dat het niet hoeft.
Dat het zelf wel kan.
Dat jij het verkeerd doet.
Op zulke momenten kan autonomie bijna voelen als een botsing tussen twee mensen die allebei graag willen bepalen hoe iets moet gebeuren.
Voor je kind kan zelfstandig denken en handelen ontzettend belangrijk zijn. Tegelijkertijd heeft het natuurlijk nog steeds een ouder nodig die kaders biedt, grenzen stelt en soms gewoon zegt: dit is wat we nu gaan doen.
Dat spanningsveld hoort misschien wel een beetje bij opvoeden. Alleen kan het bij een kind met een sterke behoefte aan autonomie extra zichtbaar worden.
Je kind hoeft niet altijd gelijk te krijgen
Misschien is dat een belangrijke nuance. Begrijpen waarom je kind iets doet, betekent niet dat je alles hoeft goed te vinden.
Je kunt begrijpen dat je kind behoefte heeft aan autonomie en tegelijkertijd een grens stellen. Je kunt erkennen dat iets oneerlijk voelt en toch besluiten dat de situatie niet verandert. Je kunt luisteren naar een argument zonder het argument over te nemen.
Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar in de praktijk is het soms behoorlijk lastig.
Zeker wanneer je kind verbaal sterk is en je binnen enkele seconden het gevoel geeft dat je jezelf moet verdedigen. Voor je het weet ben je niet meer de ouder die een grens stelt, maar de advocaat die zijn beslissing probeert te onderbouwen.
En daar kan opvoeden soms behoorlijk vermoeiend van worden.
Als je kind je steeds een spiegel voorhoudt
Misschien is dat uiteindelijk wel een van de bijzondere kanten van het opvoeden van een hoogbegaafd kind. Je wordt regelmatig uitgedaagd om opnieuw na te denken over dingen die je zelf allang als vanzelfsprekend beschouwde.
Waarom doen we dit eigenlijk zo?
Waarom moet een kind dit kunnen?
Waarom is een bepaalde regel eigenlijk nodig?
Waarom vinden we bepaald gedrag lastig?
En misschien nog wel interessanter: waarom raakt dit gedrag míj zo?
Een kind dat sterk redeneert, kritisch kijkt en veel behoefte heeft aan autonomie, kan je als ouder behoorlijk aan het denken zetten. Soms is dat irritant. Soms vermoeiend. Maar soms ook ontzettend waardevol.
Want misschien ontdek je door je kind wel dat opvoeden niet alleen gaat over een kind leren hoe de wereld werkt. Het gaat ook over samen ontdekken hoe je met elkaar in die wereld wilt staan.
En dan komt die twijfel
Misschien herken je die vooral. De twijfel of je het wel goed doet.
Ben ik te streng? Geef ik juist te veel ruimte? Moet ik meer uitleggen of juist minder? Wanneer geef ik mijn kind autonomie en wanneer neem ik het besluit? Wanneer moet ik meegaan in de behoefte van mijn kind en wanneer moet ik gewoon duidelijk zijn?
Er bestaat geen perfecte handleiding voor een hoogbegaafd kind. En misschien is dat maar goed ook, want jouw kind is niet hetzelfde als het kind van een andere ouder.
Hoogbegaafdheid vertelt iets, maar niet alles.
Het vertelt niet precies waarom jouw kind vandaag ontploft. Het vertelt niet waarom de ene grens moeiteloos wordt geaccepteerd en de andere leidt tot een discussie van twintig minuten. En het vertelt al helemaal niet hoe jij als ouder precies moet reageren.
Misschien is juist die onzekerheid iets wat veel ouders herkennen.
Je voelt dat je kind iets nodig heeft, maar je weet niet altijd wat.
Je ziet gedrag, maar niet altijd wat erachter zit.
En ondertussen probeer je gewoon je kind groot te brengen.
Misschien is dat wel opvoeden
Misschien hoeven we het opvoeden van een hoogbegaafd kind ook niet ingewikkelder te maken dan het is. Niet iedere discussie hoeft een pedagogische analyse te krijgen en niet iedere emotie hoeft gekoppeld te worden aan hoogbegaafdheid.
Soms is een kind gewoon moe.
Soms is het boos.
Soms wil het gewoon zijn zin.
En soms zit er inderdaad iets onder wat je pas begrijpt wanneer je iets langer kijkt.
Dat maakt opvoeden zo bijzonder en soms ook zo ingewikkeld.
Want achter een sterke eigen wil kan een behoefte aan autonomie zitten. Achter perfectionisme kan een hoge lat zitten. Achter een heftige reactie kan gevoeligheid schuilgaan. En achter die eindeloze waarom-vragen kan een kind zitten dat de wereld werkelijk wil begrijpen.
Misschien hoef je daarom niet altijd meteen te weten wat je moet doen.
Misschien begint het veel eerder, namelijk bij het herkennen van je kind zoals het werkelijk is.
Met zijn sterke kanten, zijn kwetsbaarheden, zijn grote ideeën, zijn eindeloze vragen en soms ook zijn behoorlijk stevige gebruiksaanwijzing.
En misschien is dat wel de kern van opvoeden: niet proberen een kind precies te laten passen in het plaatje dat je vooraf in je hoofd had, maar steeds opnieuw ontdekken wie er eigenlijk voor je staat.
Een hoogbegaafd kind opvoeden betekent dan niet dat je een perfecte ouder moet worden.
Het betekent misschien vooral dat je bereid bent om nieuwsgierig te blijven.
Mirjam en Kristel

